Harde schijven
Voor optimale prestaties van geavanceerde vaste schijven is een geavanceerde opslagbus noodzakelijk. In het nieuwe millennium zagen twee nieuwe opslagbussystemen met een serieel ontwerp het daglicht, die beide specifiek waren ontworpen voor meer snelheid en een betere betrouwbaarheid in vergelijking met SCSI (de vorige opslagtechnologie voor bedrijfstoepassingen bij uitstek).
SATA II (Serial Advanced Technology Attachment) is een hot-swappable, seriële nieuwe versie van de veel gebruikte, oudere ATA-bus biedt een overdrachtsnelheid voor onbewerkte gegevens van maximaal 3,0 Gbit/seconde, is uitgerust met aanzienlijk kleinere connectors en kabels en wijst aan elk apparaat een specifieke bandbreedte en kabel toe. SATA II vormt een uitstekende combinatie van sterke prestaties en eenvoud van configuratie.
De nieuwste generatie opslagbustechnologie is echter SAS (Serial Attached SCSI), waarbij de buitengewone en interessante componenten van de SCSI- en SATA-systemen worden samengebundeld in één efficiënt ontwerp.
SAS biedt ondersteuning voor de traditionele structuur van SCSI-instructies, waardoor de SCSI-softwaretools nog steeds kunnen worden gebruikt. Net zoals SATA II biedt SAS een maximale overdrachtsnelheid voor onbewerkte gegevens van 3,0 Gbit/sec. SAS is echter een bus met full-duplexwerking, waardoor de gegevens in beide richtingen kunnen worden gerouteerd, met als resultaat een hogere overdracht van gegevens van en naar verscheidene apparaten tegelijk in vergelijking met SATA II. SAS wordt aangeraden voor de implementatie in de meest geavanceerde, veeleisende bedrijfsserveromgevingen.